Italiaans avontuur 1
- 5 jul
- 5 minuten om te lezen

Ik ben uit het ziekenhuis ontslagen! Nog lang niet helemaal op de been, maar in ieder geval weer thuis. Maar wacht even, thuis? Je zat opeens in een italiaans ziekenhuis! En je had het over verhuizen?? Daar heb je ons helemaal niks over verteld!
Ja dat klopt. En daarom ga ik jullie nu meenemen in ons Italiaanse Avontuur. Een meeslepend feuilleton in wie-weet-hoeveel delen. Lees met me mee!
Het begon twee jaar geleden, toen de Amsterdamse zomer dusdanig koud en nat bleek, dat mijn lichaam het niet meer trok. Ik stapte in het eerste vliegtuig naar het zuiden en begon aan wat uitmondde in een odyssee door zuid Europa. Te land, ter zee en door de lucht. Ik monsterde aan op de catamaran van oud-zakenpartner Coen. Ik huurde auto's en vloog af en toe naar Amsterdam om familie te zien. Soms reisde Lydia mee (onder andere een heerlijk weekje Lissabon), maar het meeste deed ik solo. Zo verkende ik hele stukken Portugal, Spanje en Italië. Veel zat ik in mijn eigen cocon, de omgeving observerend, maar ook ontmoette ik leuke mensen van allerlei pluimage. Gewoon op straat of via sociale kanalen zoals Couchsurfing en Asmallworld.
Lydia vond het maar half leuk, mijn reislust. Ze zei: ‘Prima dat Zuid-Europa, maar ik wil een vaste plek, waar ik mijn kunst kan maken!’
Dus keek ik overal met een schuin oog naar waar we eventueel zouden kunnen wortelschieten. In al die landen heb je een app die laat zien wat te koop staat: Idealista. Zo wist ik altijd of er iets interessants in de buurt was.
Maar waar moest zo'n nieuwe plek aan voldoen? Voldoende restaurants en winkels op loop- of fietsafstand en het liefst iets van water in de buurt. Een echte stad binnen handbereik en een vliegveld op een uur of zo. Liever geen eiland, dat voelt te benauwd. Aanvankelijk keek ik naar steden, maar gaandeweg dwaalde het oog naar juist net buiten dorpen en steden gelegen huizen. Een beetje ruimte en groen zouden ook wel eens fijn zijn.
Idealista is niet scheutig met het verstrekken van exacte locaties of adressen. Uit privacyoverwegingen of om de makelaar nog een beetje een rol te geven. Ik maakte er een spelletje van. Als ik een leuk huis zag, probeerde ik op basis van de foto's - je ziet die berg of die boom door dat raam en de zee door het andere raam - de exacte locatie te trianguleren.
Zo kwam ik op allerlei mooie plekken. Ik werd verliefd op een huis in de duinen bij Sintra. Ik zag aantrekkelijke mogelijkheden aan de Costa Blanca. Maar de echte vonk sloeg over toen Lydia en ik samen een rondreis rondom Rome maakten. We belandden eerst in de meest pittoreske borgo-dorpjes, waar de vergezichten zo van het doek gesprongen negentiende-eeuwse Italiaanse landschapsschilderijen leken. In die dorpjes koop je voor de prijs van een tien jaar oude auto een ruim appartement. Maar wil je daar wat beleven, dan zul je moeten kaarten met drie oude mannetjes of in dialect converseren met de lokale Nonna's. En je hebt hooguit een winkel annex bar om je te voeden en te laven.
Wij kwamen wat dichter bij de stad. Aan de zuidkant, in het gebied dat de Castelli Romani wordt genoemd. In deze heuvels ligt de bakermat van het Romeinse rijk. Hier werden Remus en Romulus gevoed door de wolf en vanuit hier vertrokken ze naar de vruchtbare grond rond de Tiber, alwaar Remus zijn broer bespotte en dat met de dood moest bekopen. De broedermoord was het begin van de lange en gewelddadige geschiedenis van de stad van Romulus, waarvan de sporen nog lang niet zijn uitgewist. Het wegennet in Europa, een groot deel van onze taal, de katholieke kerk als wereldwijde voortzetting van Romeins bestuur, zelfs de spoorbreedte van onze treinen is te herleiden naar Romeinse wagenwielen. Dat kleine dorpje aan de Tiber werd een wereldmacht. En dat alles ontstond uit een etruskische nederzetting in de heuvels waar wij aan het rondneuzen waren.
We logeerden in een appartement met uitzicht op het Lago Albano, een schilderachtig meer gelegen in een vulkaantrechter. Op een paar honderd meter afstand lag het zomerverblijf van de Paus. Dat maakte dit stukje van de Castelli Romani tot - zoals we later merkten - het enige enigszins toeristische gebied.
Twee nachten verbleven we op de rand van de vulkaan, het eindpunt van onze rondreis en tijd om weer huiswaarts te keren. We hadden een late vlucht geboekt met daarvoor een reservering bij een toprestaurant in Fiumicino. Dus koffers pakken, niet veel tijd te verspillen.
Maar mijn zoekspelletje op Idealista had weer een nieuwe target opgeleverd. Een mysterieus huis, met bijgebouwen op een heuvel in de buurt. De foto's onthulden niet veel maar lieten wel prachtig uitgelichte ondergrondse gewelven zien. Ik hield die plaatjes voor sfeerbeelden, ontleend aan een lokaal museum of zo. Maar de locatie zag er interessant uit, het scoorde goed op de restaurant- en winkel-index, met het dorp Genzano en minstens vijftig restaurants op een twee kilometer afstand. De moeite waard om even te gaan kijken, vonden we. Maar dan wel snel! Het huis lag precies niet in de richting waarheen we gaan moesten dus het werd een bliksembezoek, een snelle omweg en dan terug naar het noorden, naar ons restaurant!
Na een keer fout rijden bereiken we het punt waar, volgens mijn zoekkunsten, het huis moet liggen. Een oeroud, hobbelig weggetje voert ons een heuvel op. Links van het pad een moestuin, olijvenbomen, met verderop wat gebouwen, half verscholen achter de bomen. Aan de rechterkant een glooiend terrein. In het hoge gras bloeien weidebloemen. Een rij statige cipressen kruipt in ganzenpas de heuvel op en wijst de weg naar een imposante villa, boven op de heuvel. Daar moeten we zijn.
Een afrastering schermt het terrein af van de weg. Er valt vanaf hier niet veel te zien. De afstand tot het huis is ruim honderd meter. We parkeren de huurauto in een inham bij een poort die lijkt te zijn gemaakt om landbouwvoertuigen het terrein op te laten. Te oordelen aan de hoogte van het gras, is er al een tijdje niet veel onderhoud gepleegd. Een roestig slot houdt de poort stevig gesloten.
Jammer. We zouden graag meer zien, maar het restaurant roept! Nog even een wandelingetje langs het gaas dan maar. Wat is het mooi hier! Vlak voor het grote huis, daar waar de cipressen eindigen, prijkt een bosje reusachtige pijnbomen. Die enorme parasollen van dennen, de schaduwmakers van Rome. Boven de geel geverfde gevel en het terracotta dak praalt een blauwe hemel, met hier en daar een pluizig wit wolkje. Maar goed dat we hier niet een dag eerder waren, toen het water met bakken uit de hemel viel. Nu is alles fris en groen.
Hé, kijk! Een gat in het hek! Lydia blijft staan.
Zullen we?
Opmerkingen