Erman, Erman!
- 22 jul
- 2 minuten om te lezen

Dag vijf thuis, na een dubbele longontsteking. En opeens heb ik weer energie. Als onkruid dat zich tussen de tegels door wurmt. Ik voel het door mijn lijf trekken. We kunnen weer vooruit! De plannen buitelen over elkaar heen, de lijstjes met plannen schrijven zichzelf.
Vier dagen duurt het feest.
Dan zakt het weer in. En sindsdien is het bijna elke dag raak. Zweterig wakker worden, dat vage gevoel van gewoon ziek zijn. Geen koorts, niks meetbaars. Alleen maar rot. Precies zoals het drie weken geleden begon.
Mijn hoofd gaat er natuurlijk direct mee aan de haal. Zit die bacterie er nog? Hebben die antibiotica wel lang genoeg hun werk gedaan? Of zijn ze intussen resistent geworden en stilletjes bezig met ronde twee? Geen koorts, dus waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk...
Tijd om mijn hematoloog in Amsterdam te bellen. Ze zet me met beide benen op de grond: 'Herman, wat verwacht je eigenlijk? Je hebt een dubbele longontsteking gehad. Een kerngezond mens doet daar weken over. Doe eens rustig aan.'
Rustig aan.
Alleen gaat mijn wekker hier niet af om zeven uur. Die komt van de bouwplaats en hij roept: 'Erman! Erman!' De mannen hebben input nodig. Er moet weer wat beslist worden, en het liefst nu. Het is prachtig om te zien hoe hier iets moois uit de grond komt. Het geeft energie. En het kost energie. Precies de energie die er even niet is.
Dus dwing ik mezelf tot een ander tempo. Ik loop langzaam over mijn eigen heuvel. Bewust langzaam, bijna slenterend. Stap voor stap voor stap, net als toen op de Tafelberg. Niet aan de top denken, alleen aan de volgende stap.
En het mooie is: wanneer ik zo slenter, voelt het bijna als vakantie.
Als ik dit volhoud, kom ik er wel. Maar dat 'als' is een flinke. Ik ben nog altijd aspirant-zeroïst, ik ben er nog steeds niet goed in.
'Erman! Erman!'
Ja, ik kom er aan. Langzaam.



Opmerkingen