Naar huis
- 3 jul
- 1 minuten om te lezen

Er is alweer een week verstreken sinds ik het ziekenhuis binnenkwam. En vandaag mag ik naar huis.
Zoals elke keer tot nu toe vervult me dat niet alleen met blijdschap, maar ook met angst.
De witte wereld van het ziekenhuis biedt regelmaat, rust en bescherming. Wat er ook mis gaat, benauwdheid of een natgezweet bed, met een druk op de knop komen de hulptroepen aangesneld. Mocht het opeens slechter met me gaan, dan hoef ik niet een ambulance te bellen, ik ben al in het ziekenhuis.
Hier heb ik totaal geen afleiding. Het kost me geen enkele moeite om de dag lezend, schrijvend en slapend door te komen. Af en toe een rondje lopen, drie keer per dag een maaltijd die geserveerd wordt. Wat infusen in- en uitprikken, wat metingen doen, wat pillen slikken, dat is het zo’n beetje.
En dan ben ik straks thuis. De ideeën en klussen liggen weer op de loer. Ik krijg weer een sociaal leven, moet nadenken over wat en waar te eten. Hoe houd ik mezelf in bedwang? Hoe blijf ik nog even mijn slapende bestaan voortzetten?
Want dat is nodig voor mijn herstel. Ik voel het. Mijn lichaam is er nog lang niet klaar mee. Ik moet mezelf naar bed sturen.
Ik als mijn eigen strenge verpleegkundige.



Opmerkingen