top of page

Ervanaf

1 jul
4 minuten om te lezen

Het onderstaande stukje schreef ik een week geleden. Ik wist toen nog niet dat dit slechts de stilte voor de storm was...


Ik lig er weer eens vanaf. Of beter, mijn lichaam doet raar. Na een prima week besluit het opeens om in opstand te komen. Nul energie, grieperig gevoel, hoofdpijn, overal pijn.

Mijn Garmin horloge bevestigt dit : body battery almost empty, take some rest! Wat denk je dat ik de afgelopen 48 uur heb gedaan?? Vrijwel continu op mn rug gelegen.

Het horloge wijst me er ook op dat ik een 'non restorative' slaap heb. Die batterij wordt 's nachts dus niet bijgetankt. Het laat me ook zien dat m'n hartslag, die normaal gesproken rustig onder de 50 bpm blijft, zich nu tijdens de slaap naar de 100 beweegt. Niet rustgevend blijkbaar.

Ik voelde me weer zo beroerd vannacht dat mijn grote blauwe vriend weer even om de hoek kwam kijken. En me wederom rust bracht.


Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Maar wat het betekent en waardoor het getriggerd wordt, het is mij een raadsel. Ik kan alleen hopen dat de immer klaar liggende bacteriën in mijn luchtwegen geen misbruik gaan maken van deze lichamelijke zwakte.

Zou het een uiting zijn van graft-verus-host-disease? De afstotingsverschijnselen die ik cadeau kreeg bij mijn transplantatie?

Of is het stiekem toch een of ander virus dat zich naar binnen heeft geworsteld?

Ik weet het niet. Ik heb er maar mee te leven.

Ik ben mijn eigen boek intensief aan het doorwerken, voor de Engelse vertaling. En deze week las ik het stukje over de rollercoaster. Hoe je als passagier in je lichaam zit en het geen zin heeft je te verzetten. De achtbaan geeft het meeste plezier als je lekker meebeweegt.

Ik zit nu in een haarspeldbocht, of in een looping. Ik kan het best maar gewoon om me heen kijken en de pijn zien als onderdeel van de attractie.

Ik schrijf dit vanuit mijn natte kantoor*. Ik voel me als een evenzo natte krant. Maar de zon schijnt, de pijnbomen steken majestueus af tegen de horizon, de olijfbomen hebben er zin in en in de verte ligt de schemerige kust.

Geduld.




Dat schreef ik vorige maandag. Maar alle geduld ten spijt, de achtbaan begon steeds gekkere bochten te maken. Ik had bij intervallen koorts en liep te ijlen. ‘Hou je mond eens, spaar je energie’, zei Lydia. Maar ik kon niet anders. Ik kreeg geen hap door m’n keel, lag te rillen in de warmte, te zweten in de schaduw, had koortsdromen en de wereld leek te vervagen.

Donderdagavond was de koek op. Ik kon niet meer. Lydia en onze trouwe vriendin Freddie overlegden en besloten de ambulance te bellen. Een uur later lag ik op de ‘pronto soccorso', de eerste hulp. Met argwaan zag ik dit gebeuren. Vorig jaar ben ik ook een keer daar beland, toen met een buikgriep. Het was toen augustus, de maand dat iedereen vakantie houdt. Gekkenhuis was het. Ik moest de nacht blijven, maar kreeg geen bed tot 3 uur ‘s nachts en geen deken. Uiteindelijk stuurden ze me naar huis, nog erger geradbraakt dan ik was binnengekomen, zonder enige vorm van behandeling.

Ditmaal was het beter. De ambulance had daar zeker aan bijgedragen. Ik kreeg een infuus om me te hydrateren en werd naar een relatief rustige hoek getransporteerd. Daar maakte ik een bizarre nacht mee met wanhopig schreeuwende patiënten die riepen om hun vader of moeder of liepen te schelden op het verplegend personeel. Taferelen die ik in Nederland of Kaapstad nog nooit gezien had. 

Men nam bloedmonsters en ik kreeg antibiotica via het infuus. Ik kreeg te horen dat ze me wilden houden en dat er misschien een privékamer in het ziekenhuis beschikbaar zou komen. 

De volgende avond bleek dit te lukken. Ik kreeg een prachtige, ruime kamer toebedeeld, in dit recent gebouwde ziekenhuis. Meer luxe dan ik ooit heb gehad. Een - vergeleken met beneden - rustige afdeling met vriendelijke mensen. 

De achtbaan begon kalmere rondjes te draaien.

Maar ik kon nog niks. Terugkijkend was ik die dagen echt van de kaart. Ik mistte de helft van wat er gebeurde. Zweette m’n bed zo nat dat ik niet wist hoe ik me weer droog moest krijgen. 

Er werden metingen gedaan en foto’s gemaakt. Conclusie: dubbele longontsteking!

Dit verklaarde alles, maar waar in godsnaam kwam die vandaan? Normaal gesproken krijg ik eerst een verkoudheid en ontwikkelt die zich met veel groen slijm in een longontsteking. Dit keer geen verkoudheid, geen groen slijm en tot dusver geen hoesten of gevoel van benauwdheid. Het beangstigde me. Hoe kan ik me hier nog tegen wapenen?

Ik kreeg 3 soorten antibiotica, eindeloze infusen die leegstroomden in mijn lichaam. Het was een totale deja-vu. Ik kreeg zelfs net als toen een Picc-lijn in gebracht: een professionele leveranciersingang naar mijn bloed. 

Gaandeweg nam de koorts af, maar de benauwdheid nam toe. De beestjes in mijn longen vermenigvuldigden zich. Ik kreeg beademing, kon soms  niet slapen van de gekmakende ademjeuk.

Maar dag na dag wordt het beter. Ik ben er nog niet, maar krijg net te horen dat ik overmorgen misschien naar huis mag. Daar gaat het traject nog wel even door, ondersteund door pillen.

Mijn thuiskomst valt samen met de geplande verhuizing naar ons nieuwe huis. Het meeste staat klaar, dus ik denk dat het haalbaar is, volgende week over.

Ik kan me daarop verheugen.



*hierover later meer

Recente blogposts

Alles weergeven

1 opmerking


huub
01 jul

In bocca all’lupo zoals de Romeinen zeggen om je sterkte te wensen: in de bek van de wolf. Houd noed!

Die jij dan beantwoordt met ‘Crepi ik lupo!’ Opdat ie mag creperen, die wolf

We komen je volgende week bijstaan daar!!

Like

Deel je gedachten met me!

© 2023 by Live On. All rights reserved.

bottom of page