Ode aan de hond
- 29 mrt
- 4 minuten om te lezen

Ik heb altijd honden gehad in mijn leven. Het begon toen ik acht jaar oud was met mijn teckel Winky en eindigde een paar jaar geleden toen moeder Bonnie en dochter Bubbels de eeuwige poepvelden opzochten. Daartussen zitten veel dierbare herinneringen aan lieve viervoetige huisgenoten.
De leegte na het overlijden van de labradors was groot. Zeker Bubbels, die een 'speciaal' hondje was en zich eigenlijk niet heel goed kon hechten, had dat laatste toch voor elkaar gekregen. We missen haar verschrikkelijk.
Hier in Kaapstad keek ik met een schuin oog naar diverse dog-shelters die opriepen om 'rescue dogs' in huis te nemen. Maar ja, een hond jaarlijks heen en weer slepen tussen twee continenten is niet te doen. Het arme beest moet in quarantaine, wordt in het ruim van het vliegtuig geplaatst tussen wie weet wat voor ander diervolk en komt vrijwel zeker getraumatiseerd uit het proces tevoorschijn. Dus, dachten wij: het kan niet. Jammer dan.
Tot ik begin dit jaar een gesprek aanknoopte met een meisje van een pop-up hondenasiel. Heel slim zetten ze een felgele container neer in een druk winkelgebied en leggen daar dan in het weekend een roedel honden neer, waar voorbijgangers mee kunnen kennismaken.
Ik vroeg dit meisje of ze toevallig iemand kende die juist alleen in de winter een hond zocht, dan konden we misschien samen doen. Nee, zei zij, zo iemand ken ik niet. Maar ik ben al blij als je een dag of een week op een hond past. Anders zitten ze maar bij ons in de kennel! Geen enkel probleem als je een hond dan weer terugbrengt, dan heeft hij toch een mooie tijd gehad.
Dat draaide voor mij de zaak om. Ik kon iets goeds doen, door tijdelijk op een hond te passen! Daarbij negeerde ik zo goed mogelijk de gedachte dat ik me toch zou gaan hechten en dat terugbrengen dus nooit een optie zou zijn. Maar dat wist dat meisje ook wel, natuurlijk.
Het leidde er uiteindelijk toe dat we ons huishouden verrijkten met Simbi. Een lief teefje van ongeveer een jaar oud. Zij en ik delen een stuk voorgeschiedenis. Vorig jaar kreeg ze een ziekte waarbij al haar haren uitvielen. Haar hele vacht was verdwenen, ze was zo kaal als een geplukte kip. Als hopeloos geval werd ze opgegeven door de mensen die haar in huis hadden en als door een wonder belandde ze 500 km verderop in een Kaapstadse kennel, waar men haar met medicatie en geduld letterlijk weer oplapten.
Simbi en ik delen dus ziekte, kaalheid, opgegeven worden en herleven in Kaapstad. Dat schept wel een band!
En nu ze in mijn leven is, verandert dat leven ook. 's Ochtends vroeg naar het strand, spelen met andere honden. Prachtig, die zee, het strand en de bergen in de ochtendzon! Lange wandelingen, door de fantastische natuur, waar ik anders nooit aan toekwam. En terwijl ik dit schrijf is ze met me mee op wat anders een van mijn solo-tripjes was geweest. Een vrolijke en aanhankelijke metgezel.
Boven dit alles hangt natuurlijk de zorg van: wat straks. Wat straks als wij weer naar Europa gaan? Afscheid nemen en haar terugbrengen naar het asiel is geen optie meer. Dan iemand in ons huis zetten om op te passen? Of een ander gezin met meerdere honden vinden? Zal zij dan nog bij ons willen zijn? Ik moet het beste voor haar vinden, niet voor mezelf. Er zal zich wel een oplossing aandienen.
Intussen geloof ik dat we veel van honden kunnen leren. Na al die jaren ben ik eigenlijk wel een beetje een hondenbewonderaar geworden.
Want honden kunnen van alles wat wij niet kunnen. En ze doen van alles dat wij niet doen.
Ze rennen zomaar achter een bal aan, lopen door de sneeuw en beklimmen bergen, zonder voor al die activiteiten het juiste schoeisel aan te trekken. Ze paraderen over het strand of door de straten en tonen zich zonder gene aan soortgenoten, zonder opsmuk, zelfs zonder kleren aan te trekken. Ze plassen en poepen waar ze willen. Ze drinken en eten wat ze tegenkomen, mits het maar een beetje goed ruikt. En bij de kennismaking snuffelen ze ongegeneerd even aan elkaar, ook aan de intieme delen. Daarmee kom je vast meer te weten dan met een steelse blik of een handdruk.
De hond is ook zorgeloos en niet erg gebrand op bezit. Heel soms, als je bijvoorbeeld koffers gaat inpakken zie ik angst voor wat komen gaat. En een lievelingsbot moet je niet zomaar afpakken. Maar meestal liggen onze honden gewoon zorgeloos te slapen. En als je ze - bijvoorbeeld - een bal geeft, kunnen ze daar dolblij mee zijn, om die zelfde bal tien minuten later zomaar argeloos kwijt te raken.
Ik heb ook nooit een hond gehad met een ochtendhumeur. Elke dag weer word je 's ochtends vrolijk begroet. En dat herhaalt zich de hele dag. Je hoeft maar vijf minuten buiten beeld te zijn om opnieuw enthousiast onthaald te worden. Ik ken maar weinig mensen met die eigenschap.
De enige reden dat honden aangelijnd worden en door ons op brokjesdieet gezet worden, is dat wij mensen onze wereld moeilijk leefbaar hebben gemaakt voor de hond.
Pijlsnelle, levensbedreigende auto's rijden zomaar door hun landschap. Onbegrijpelijke grenzen bepalen waar ze wel en niet mogen komen. En o wee als ze op de verkeerde plek hun behoefte doen! Dat heeft allemaal niets met de hond te maken, dat is onze menselijke orde die het leven van de hond inperkt.
Dus ja, ik ben best een beetje jaloers op die honden. Een zorgeloos, mega-zeroistisch leven, lekker naakt rondlopen en plassen waar je wilt. Helemaal vrij van bezit. Dat klinkt voor mij als een aantrekkelijk bestaan.
Kun je je ergens je voorkeuren voor reïncarnatie aangeven?



Opmerkingen