Virus
- 30 apr
- 3 minuten om te lezen

Ik ben weer eens tegen een virus aangebotst. De vorige keer dat dit gebeurde, kon ik mezelf daarvan de schuld geven. Ik was onzorgvuldig geweest, had mijn eigen regels genegeerd en me onbeschermd in gevarenzones begeven.
Ditmaal kwam het totaal onverwacht uit de lucht vallen. Letterlijk. Het is altijd lastig te achterhalen waar het precies gebeurt, want de incubatietijd is meestal een dag of vier. Ik moet dus in m'n agenda terugkijken om dat ene, gevaarlijke moment te vinden. Ditmaal was ik gewoon in Kaapstad en het was prachtig, warm, zonnig weer. Omstandigheden waaronder virussen zich normaal koest houden.
Maar ook ditmaal klopte het virus na een paar dagen incuberen bij me aan. Eerst wat rillen en niezen. Dat zegt nog niet veel, dat kan van alles zijn. Maar als ik 's nachts opeens wakker word met keelpijn, dan weet ik dat het mis is. Vanaf dat moment is er bij mij meestal geen houden meer aan. Want op het moment dat een virus mijn lichaam verzwakt, nemen hordes bacteriën in mijn lichaam hun kans waar. "Het immuunsysteem is even afgeleid, nu is het onze kans!" De kat is van huis, de muizen dansen op tafel. Of in dit geval: in mijn luchtwegen. En dat dolle bacteriecarnaval is tevens het grote vermenigvuldigingsfeest. De dansende massa rijst uit de pan, groen slijm vliegt in het rond en de koorts slaat toe!
Een dag erna stond mijn vlucht van Kaapstad naar Amsterdam gepland. Aldaar aangekomen belandde ik in het paasweekend, dus dacht ik het wel even te kunnen uitstellen tot na Pasen. Het is altijd een gedoe tijdens de feestdagen, met overbelaste huisartsenposten. Helaas is hier in Amsterdam geen Zuid-Afrikaanse Mediclinic waar je bij nacht en ontij naar toe kan.
Maar de paasdagen bleken te lang. De stoom kwam uit mijn oren en kon ik slechts met moeite ademhalen. Na een nacht puffen en rochelen was ik compleet uitgeput. Ruim veertig graden koorts gierden door mijn lichaam. Elke ademhaling een inspanning. Het voelde alsof ik dit geen dag langer vol kon houden.
Gelukkig, na drie kwartier in de wacht te hebben gestaan, bleek de huisartsenpost bereid me op 2e Paasdag als spoedgeval te behandelen en kon ik me per Uber naar het OLVG Oost begeven. Daar kreeg ik de drugs waarvan ik wist dat ik ze nodig had: antibiotica.
En zoals altijd, het blijft een wonder, nam de benauwdheid al vanaf de eerste pil af en verdween de koorts in 48 uur.
Deze cyclus heb ik inmiddels al vaak mogen meemaken. Soms is het verloop wat minder agressief, soms is er geen koorts en alleen maar veel groen slijm, maar nooit gaat het weg zonder hulp van buiten.
En steeds denk ik: wat als het op een dag niet meer werkt? Als de bacteriën resistent worden? Of als er geen medische hulp in de buurt is?
Toen ik afgelopen maandag op apegapen lag, kon ik me goed voorstellen dat dit het begin van mijn einde zou zijn. Geen prettig einde. Te ziek en te benauwd en te verward door koorts om prettig afscheid te nemen van mijn geliefden. Een benauwde droom, ver van het warme afscheid dat ik voor ogen heb. De longontsteking is de nummer 1 doodsoorzaak bij stamcelgetransplanteerden.
Toch gaat het einde ooit komen. Het liefst heb ik het dan zelf in de hand.



Opmerkingen