Onderweg
- 27 apr
- 3 minuten om te lezen

De zon zakt achter de horizon van de Westkust, de lucht gloeit nog na in lagen van diep oranje en donkerblauw. Ik rij over de R27, de weg die me van Langebaan terugvoert naar de stad. Recht voor me, in het eerste echte duister, doemen de vertrouwde gidsen op: het Zuiderkruis en de Centaur. Sterren die me de weg naar het zuiden wijzen.
En dan, in de verte, zie ik de contouren opdoemen die mijn hart altijd sneller doen slaan. De contouren van de Tafelberg. Een massief, donker silhouet tegen de sterrenhemel. Het ultieme baken van thuiskomst. Daar, tussen die berg en de ernaast gelegen Lion’s Head, ligt mijn thuis. Ik verlang naar mijn plekje daar, maar koester tegelijkertijd de kilometers die me er nog van scheiden. Naast me op de bijrijdersstoel de trouwe aanwezigheid van mijn hondje; achter ons een spoor van nieuw ontdekte plekken.
Ik vraag me af wat me op dit moment zo gelukkig maakt. Is het de bestemming, of juist de reis?
Ik denk dat ik nooit zo dicht bij mezelf kom als wanneer ik onderweg ben. Het is een nomadisch instinct: de behoefte om telkens weer een andere horizon te zoeken, een andere plek om te overnachten, om aan te komen en direct weer het vertrek in de botten te voelen. Het doet me denken aan de tijd dat we op de boot leefden. Aankomen en vertrekken. Wortelen en ontwortelen. Trossen vast, trossen los. Dat waren steeds de mooiste momenten.
Vertrekken doet altijd een beetje pijn. Je bent nog verbonden met de plek waar je was, je bent nog te druk in je hoofd, nog te gehecht aan de routines van huis en hof. Maar zodra de wielen rollen of de boeg door de golven klieft, voel ik die ultieme vreugde: Ik ben vrij. Ik ben weg. En als ik dan weer ergens aankom, sta ik ook weer te kwispelen van nieuwsgierigheid. Wat zal deze nieuwe plek me brengen? Welke avonturen wachten me hier?
Het meest intens ervaar ik dit als ik in mijn eentje reis. Hoe leuk het ook is om met anderen te reizen, als ik alleen ben, geeft dit mij een extra gevoel van avontuur. Een gevoel van autonomie, zelf aan het roer staan zonder verantwoording af te leggen. Geen plan dat overlegd moet worden, geen doel dat dwingend boven de ervaring staat. Als een zijweg mijn nieuwsgierigheid wekt, sla ik af. Zonder medereizigers die ongeduldig zuchten omdat we 'eigenlijk door moeten'. Mijn enige kompas is mijn eigen verwondering.
Het is meer dan alleen avontuur; het is een noodzakelijke ontsnapping aan het sociale ritme. De etentjes, de gesprekken en de gezelligheid, ze kosten energie. Ze leggen beslag op de tijd en ruimte waarin ik denk en schrijf en lees.
Daarom heb ik deze solo-ritten nodig. Even ontsnappen aan de verwachtingen, aan de familie, aan de drukte. Niet omdat ik niet van hen hou, maar omdat ik de eenzame stilte van het reizen nodig heb om weer adem te kunnen halen.
De Tafelberg komt dichterbij. Ik ben bijna thuis. Nog even geniet ik van de ruimte die ons scheidt: de weg onder mijn wielen, de sterren boven mijn hoofd en de absolute vrijheid.
(voor de stargazers onder mijn lezers: het zal jullie opvallen dat het zuiderkruis eigenlijk links (westelijk) van de centauri had moeten staan in maart. Maar dan verdween hij half achter het spiegeltje. Ach jal, AI... en (bijna) niemand die het opvalt)



Opmerkingen