Ama

Vorige week hebben we afscheid genomen van mijn schoonmoeder, het onbetwiste opperhoofd van onze familie. Haar primaire rol was die van grootmoeder en overgrootmoeder, en in navolging van haar eerste kleinkind noemen wij haar dan ook allemaal Ama.
Vanuit haar appartement in Amstelveen overzag ze de wereld en voorzag die van haarscherp commentaar. Daar zittend op haar stoel, lezend en tv-kijkend, was ze de meest bezochte oma van het westelijk halfrond. Een bezoek stond garant voor een fijn gesprek en een goede maaltijd. Aanvankelijk kookte Ama zelf, maar naar mate ze minder goed ter been werd, stuurde ze de kinderen naar beneden, met haar pinpas, om bij een van de restaurants daar een afhaalmaaltijd te scoren.
Ama was geen doetje. Scherp van tong en eigengereid hield ze in haar gezin stevig de wind eronder. Haar gastvrijheid kende geen einde, mits de gasten door haar waren goedgekeurd. Hele volksstammen schoven aan in huize Kriek. Kinderen die het thuis moeilijk hadden, bleven soms maandenlang logeren. Maar de gastvrijheid kende ook grenzen: als Ama iemand niet mocht, bijvoorbeeld een door haar ongeschikt geachte liefdespartner van een van de kinderen, dan kon ze behoorlijk intimiderend overkomen.
Een ding kon Ama niet en dat was afscheid nemen. Als ze ons en de kinderen kwam bezoeken, kon ze zomaar opeens weg zijn, ter vermijding van de tranen van het afscheid.
Ama had overal een mening over en liet niet na die in kernachtige bewoordingen te verkondigen. Woorden als 'politiek correct' of 'woke' waren niet aan haar besteed: het was recht voor zijn raap.
Die scherpe tong en dat snelle intellect kwamen van pas toen het gezin begin jaren tachtig in problemen kwam. Het bedrijf van mijn schoonvader was in zwaar weer beland en een persoonlijk faillissement lag op de loer.
Ama ging niet bij de pakken neerzitten, rondde op haar 49e alsnog haar rechtenstudie af, werd beëdigd als advocaat en begon haar eigen kantoor op de Zuidas. Dankzij een paar grote klanten wist Ama het gezin financieel weer op de rit te krijgen. Daarnaast deed ze pro-deo werk en verdedigde met passie de minder bedeelden.
Ama was een power woman, avant la lettre.
Zoals alles in het leven van Ama, kende mijn relatie met haar ook uitersten. Het begon ermee toen ik als ongewenste nieuwe schoonzoon de zittende, zeer gewenste schoonzoon begon te vervangen. Dat heeft mij - en ook Lydia! - een jaar of wat verbanning opgeleverd.
Maar alsof er niets gebeurd was besloot Ama op een dag dat het genoeg was, dat er een nieuwe realiteit was aangebroken en er brak een zon door de boze wolken. Daarbij hielp vermoedelijk dat ik goed kon opschieten met de ex-schoonzoon, waardoor deze niet van het toneel verdween.
Vanaf dat moment heb ik altijd fijn contact gehad met haar, maar dat kreeg een diepere laag na mijn ziekte. In mijn tijden van doodswens konden we heerlijk samen mijmeren over hoe het leven eigenlijk wel lang genoeg geduurd had. Ama was er heel duidelijk in: alleen de kleinkinderen gaven nog zin aan haar leven. Voor de rest had ze het allemaal wel gezien. En dat werd nog sterker toen haar man, ons aller Pagge, na drie hopeloze jaren met dementie in een verzorgingstehuis, definitief was heengegaan.
"Het leven moet maar eens zijn afgelopen. Ik ben er klaar mee! En voor mij geen verzorgingstehuis. Als het zover is, mogen ze me een spuitje geven."
In mij vond ze een welwillend oor. Ik ben tenslotte sinds mijn leukemie-avonturen een groot fan van de dood. Voor mij geen onnodig lijden, geen langgerekt leven. Voorzover ik daar iets over te zeggen heb, tenminste. Je krijgt niet alleen te maken met wetgeving en toekomstige nabestaanden, maar ook met jezelf. De levensdrang kan hardnekkig zijn als het er op aankomt.
Dat ondervonden we ook met Ama. Haar stoere praat ten spijt, naar mate ze zieker werd en het allengs mistig werd in haar anders zo heldere hoofd, was ze minder te porren voor een georkestreerd einde. Gaandeweg kwam het punt dat haar beslissingsbekwaamheid in twijfel werd getrokken. En dan is er niets meer dat je kunt doen en ben je als omstanders gedwongen te kijken hoe het geliefde stamhoofd langzaam wegglijdt in haar eigen vergetelheid.
Als het maar niet jaren in het dementenhuis zou worden! De herinneringen aan Pagge's laatste jaren geven ons nog steeds de rillingen.
Gelukkig verloste Ama ons en zichzelf. Drie dagen voor ze naar het tehuis zou vertrekken, sliep ze vredig in. In haar eigen bed.
Zonder afscheid te nemen.



Opmerkingen